| Schoonheidsideaal
De bedijkers grepen de unieke kans om het nieuwe, lege land in te richten met beide handen aan. De uit Italië overgewaaide renaissancistische opvattingen over de ideale inrichting waren niet lang daarvoor door Simon Stevin opgenomen in zijn boek De ideale stad. Het vierkant was daarbij de vorm die bij uitstek beschouwd werd als het hoogste ideaal van schoonheid. Voor de inrichting van het nieuwe land werd dan ook gekozen voor een rasterwerk van vierkanten, gevormd door de waterlopen en wegen. Deze bijzondere verkaveling is tot op heden vrijwel onaangetast bewaard gebleven, wat een van de redenen is geweest voor de Unesco om De Beemster op de lijst van werelderfgoederen te plaatsen (1999). Daardoor ontstond een bijzondere situatie, omdat binnen de Beemster al een deel van een werelderfgoed, de Stelling van Amsterdam, is gelegen.
Dorpen, boerderijen en buitenplaatsen
Toch zijn niet alle plannen gerealiseerd. Het lag in de bedoeling op vijf kruispunten
van wegen dorpen te stichten. Echter, alleen in het midden van de polder, op de kruising van de Rijper- en de Middenweg, is een gepland dorp ontstaan: Middenbeemster. Daar kwam in 1623 ook de eerste kerk, ontworpen door de
Amsterdamse bouwheer Hendrick de Keyser. De andere dorpen zijn niet volgens plan, maar bij toeval ontstaan. Westbeemster is voortgekomen uit een oorspronkelijk Rooms-katholieke enclave en is juist een lintdorp tússen twee kruispunten van wegen geworden.
Ook de plannen voor een graanschuur voor de stadsbevolking moesten al snel worden opgegeven. Hoewel er de eerste jaren na de droogmaking goede oogsten waren, bleek weldra dat de grond door inklinking en onvoldoende
bemalingsmogelijkheden te nat was voor akkerbouw.
De Beemster werd groen: een veeteeltgebied vanwaar zuivelproducten naar de steden werden verhandeld. Beemsterkaas is al eeuwen een begrip! Ook werden in het voorjaar grote hoeveelheden rundvee uit noord-Duitsland en Denemarken
naar de Beemster gebracht die daar met het malse gras werden vetgemest en in het najaar werden geslacht. De veehouderij kende in de loop van de eeuwen goede en slechte periodes. Berucht was een drietal uitbraken van de runderpest in de achttiende eeuw, waarbij bijna tweederde van het vee stierf.
|