logo beemster werelderfgoed Beemster, boerderijen
  Een bezoek aan de Beemster   schoonheidideaal   Wat is er nu wel te zien   En verder   home



Tekening Vrederust Hobrederweg museum Betje Wolff Rustenhove anno 1768 De Ee4nhoorn, Anno 1762
Wat is er nu wel te zien

Maar er waren ook goede periodes zoals in het derde kwart van de negentiende eeuw. In die tijd werden veel stolpboerderijen gebouwd of herbouwd met rijke versieringen in het houtwerk aan de gevel. Ook nu nog bestaat het grootste gedeelte van de Beemster uit landbouwgrond.
De bedijkers gebruikten hun verworven landerijen ook ten eigen nut. Ze bouwden buitenplaatsen en lusthoven waar ze gedurende de zomermaanden verbleven, weggevlucht van de hitte en de stank in de steden. Vooral in het zuiden van de polder, aan de Volger- en Zuiderweg verrezen fraaie landhuizen met geometrisch ingerichte tuinen. Dertig jaar na de droogmaking telde de Beemster al ruim 50 buitenplaatsen. Door de economische achteruitgang en de veranderende smaak van de elite werden de meeste van deze buitens rond 1800 verkocht en gesloopt. Er is nu vrijwel niets meer van te zien.

De hedendaagse bezoeker van de Beemster zal in de eerste plaats de open ruimte opvallen.
De Engelse schrijver Aldous Huxley bewonderde al de geometrische schoonheid van het polderlandschap: “Onafwendbaar leiden de wetten van het perspectief de lange wegen en het glanzende water naar een vaag verdwijnpunt. Heerlijk landschap!”
De piramides van de stolpboerderijen passen wonderwel in dit landschap. Vooral vanaf de ringdijk krijgt de bezoeker een goed overzicht van de strakke, rechte lijnen van de bijzondere verkaveling. Het grootste gedeelte van de ringdijk is toegankelijk; in het noorden is een deel niet bestraat en alleen voor wandelaars geschikt (honden verboden!).

Het centrale plein in Middenbeemster is beschermd dorpsgezicht. Hier trekt al bijna 400 jaar de kerk van Hendrick de Keyser de aandacht. Het gebouw Onder de Linden naast de kerk was oorspronkelijk de woning van de koster, tevens voorzanger en schoolmeester. Pieter Fabritius was de eerste die in deze functies werd aangesteld. Hij was de vader van de schilder Carel Fabritius, een leerling van Rembrandt. De pastorie, waar domineesvrouw Betje Wolff in de achttiende eeuw haar romans en brieven schreef, ligt een stukje verder aan de Middenweg. Het is nu een museum.

Schuin tegenover museum Betje Wolff is het Infocenter Beemster gevestigd in het voorhuis van de Westerhem, gebouwd voor een 19e-eeuwse burgemeester. In de achtergelegen stolp is het Agrarisch Museum Beemster gevestigd. Aan de Rijperweg staat Het Heerenhuis, vanouds herberg, logement en tevens tot aan het gereedkomen van het huidige gemeentehuis (1993) vergaderplaats van het gemeentebestuur. Er is nu een restaurant in gevestigd.

Van de buitenplaatsen uit de 17e en 18e eeuw is helaas niets overgebleven. Een enkel 19e-eeuws herenhuis, zoals Boschrijk aan de Jisperweg en Rustenhove op de hoek van de Volgerweg en Middenweg, geven een indruk hoe het eruit moet hebben gezien. Tegenover Rustenhove staat de beroemdste stolpboerderij van de Beemster, De Eenhoorn, oorspronkelijk uit 1682. De Beemster telt nog ruim 300 stolpen. Zie verder de folder Boerderijen in de Beemster.

Middenbeemster