| Beemster boerderijen
Bij de opname van de Beemster op de Werelderfgoedlijst van de Unesco in 1999 werd de bijzondere inrichting van de droogmakerij geroemd. Met het rechthoekige grondplan, gevormd door de haaks op elkaar staande wegen en sloten, en de driehoekige daken van de stolpboerderijen daar bovenuit is de Beemster nog steeds van een wiskundige schoonheid.
Na de drooglegging in 1612 werd de Beemster volgens de toen geldende schoonheidsidealen verkaveld in een strak geometrisch patroon van vierkanten en kwadranten.
De stijl van de boerderijen die vervolgens in het nieuwe land werden gebouwd, sloot daar wonderwel op aan.
De ontwikkeling van de stolpboerderij
De oudste boerderijen in Holland en Friesland hadden een langwerpige vorm, de zogenoemde langhuisboerderij. Ongeveer halverwege bevond zich de stookplaats met het rookgat in het dak, aan de ene kant daarvan waren aan beide lange zijden de veeplaatsen en aan de andere kant de slaapplaatsen van de bewoners. De hooiopslag lag aan het einde van het stalgedeelte. Dit waren vooral gemengde bedrijven waar men naast akkerbouw ook enkele stuks vee hield. In de loop van de tijd werd akkerbouw steeds onrendabeler en ging men zich toeleggen op uitsluitend veeteelt, zowel voor de zuivelbereiding als voor de vetweiderij (het houden van slachtvee). Daardoor nam de behoefte aan ruimte voor de hooiopslag toe en is uit de langhuisboerderij de stolpvorm ontstaan. Bijzonder was daarbij dat alles onder één dak kwam: bewoners, vee, hooiopslag en gerei. In de loop van de zestiende eeuw werd het basisontwerp vervolmaakt. De stolpboerderij wordt gekenmerkt door een vierkante constructie van palen met horizontale dekbalken. Op deze gebinten rust het dak. Tussen deze palen is de hooiopslag, het vierkant. Daaromheen liggen de gebruiksruimten: de woonvertrekken, de koestal en de dars. Bij de dars bevinden zich de darsdeuren waardoor het graan of hooi werd binnengebracht. Deze grote deuren zitten bij sommige typen aan de voorzijde, bij andere aan de achterzijde naar gelang het hooi vanaf de weg of vanaf het achterliggende land werd aangevoerd
|